Wedstrijden beginnen pas eind maart, begin april. Dan zijn de dagen al wat langer en dat heeft zijn invloed op de hormoonwerking van zowel doffers als duivinnen. Dat zorgt ervoor dat ze meer en meer “trok” krijgen naar hun territorium en partner en al zeker als ze al een paar keer samen konden op het hok vertoeven. Dat is het moment waarop liefhebbers ons daar vragen beginnen over stellen, ook vaak denken dat ze wat “verkeerd” gevoederd hebben en de duiven daarom minder lang, goed, intensief trainen. Let op, duiven die graag vliegen en trainen is goed meegenomen. Dat betekent dat ze gezond zijn en zich goed voelen. Dat echt intensief trainen is evenwel niet meteen een noodzaak. Op lezingen vertel ik vaak dat duizenden en duizenden ganzen meer dan 4000 km vliegen tijdens de jaarlijkse trek en ik die beestjes nog nooit heb zien trainen voor ze die trek aanvangen. Die grazen dag in dag uit in de wei en liggen wat op het water. Rode spiervezels werken nu eenmaal anders dan witte.