Nederlands Français English Deutsch 中文

Weg(wijzer) in duivenvoer

20-1-2026

Stel je eens voor dat je morgen duiven zou willen houden en spelen. Je kent en weet er weinig of niets van, dus hoe begin je daar begot aan?

Je hebt een hok nodig, duifjes ook uiteraard, je moet die ook kunnen klokken als ze thuiskomen enz. Dit zijn de “materiele” dingen, en ook al is dat niet meteen een sinecure, de diertjes moeten natuurlijk ook nog verzorgd worden. laat ons er hier dan nog helemaal niet eens van uitgaan dat je ze top wil laten presteren op de vluchten. Out of the blue met duifjes beginnen, je kunt er geen school of les voor volgen. Je zal zelf op zoek moeten en gelukkig is er in tegenstelling tot 50 jaar geleden nu wel internet waar je van alles en nog wat kan opsnorren. Toegegeven echter, het is niet altijd makkelijk het kaf van het koren te scheiden want er is ook veel onzin te lezen. Even de auteur “googelen” brengt vaak al wat duidelijkheid. Als blijkt dat die niet bij machte is een paar van zijn of haar vogels deftig op papier te krijgen geeft dat niet meteen veel vertrouwen. 

Theorie en praktijk

Er is dan nog evenwel de theorie en de praktijk. Je kan vele malen lezen hoe je moet zwemmen maar je zal op een gegeven moment toch in het water moeten springen. Je kan 1000 keer kijken en bekijken en herbekijken hoe je piano moet spelen maar dat betekent nog steeds niet dat je het ook zal kunnen. Alleen praktijkervaring en oefenen kan en zal aarde aan de dijk brengen. Het is een beetje zoals afstammingen van duiven. Je bent niets vooruit met zelfs de allermooiste afstammingen als het beestje geen deuk in een pak boter kan vliegen of alleen maar jongkies aflevert die enkel maar de klad vergroten.

Wat is beter, wat is best?

Als je een ietwat winkel binnen wandelt die gespecialiseerd is in duiven staan daar rekken vol producten en kan je al gauw 60-70-80 of meer soorten duivenvoer terugvinden. Amai, wat koop je nu? Wat is goed, wat is beter?
We mogen er van uitgaan dat elke fabrikant zijn best zal doen om iets goeds op de markt te brengen en dan volgt de vraag, wat is de definitie van goed? Een duurder prijskaartje betekent niet dat je een super voertje zal hebben. Het omgekeerde is al evenzeer waar. Goedkoop is in deze niet persé synoniem voor slecht.

Je zou misschien een selectiewijzer kunnen maken?

Welke mengeling het ook is, gezonde granen zijn een eerste vereiste. Dat kan je onder andere nakijken door de granen en zaden en peulen te laten kiemen. Het is een goeie parameter maar zeker niet alles determinerend. Liefst ook niet te veel stof in de zakken maar al evenzeer is dat is niet allesbepalend. Het kan een mooie zak zijn of er kan veel reclame gemaakt worden, maar als je duiven er niet beter van presteren zal ook dat een kort leven beschoren zijn. Je koopt het misschien wel één keer maar geen 2e keer.

Mooi versus goed

Mais is in vele mengelingen het hoofdbestanddeel en geloof me, er zijn nogal wat soorten mais. Vlieg- of kweekmengelingen met gele mais, rode mais, zwarte mais, bordeaux mais, popcorn mais, zaaimais, gele en rode mais, 4 soorten mais en ga zo maar door. Het gaat hem hier over het percentage mais wat in de mengeling zit. De kleur en hoe die er uit ziet speelt daarin geen enkele rol. De voedingswaarde is vele malen belangrijker. Die zal zo goed als altijd beter zijn van kribbs mais dan van oven gedroogde mais. Oven gedroogde mais kan van eender waar komen en niet overal zijn de teeltrichtlijnen even streng als in Frankrijk en bij uitbreiding Europa. Heel vaak zit daar behoorlijk wat residu van sproeistof op en die borstel je er niet zomaar af bij het reinigen van de granen voor ze gemengd worden. Idem voor Aflatoxines of zelfs schimmels zelf. Je ziet ze niet maar ze zijn er wel. Neen, duiven gaan er niet van dood maar die dingen “vergiftigen” je atleten beetje bij beetje en als je top wil zijn neem je maar beter elke détail mee.
Een ietwat vervelend zaakje er aan voor onze renpaarden van het luchtruim is dat dingetjes vaak opgeslagen worden in vetten. Vetten zijn zoals je weet de brandstof voor onze duiven en dat betekent dat naarmate ze die verbranden ook die giftstoffen terug vrij komen tijdens de terugweg naar het hok. En neen, nogmaals, dood gaan ze niet, maar het zit wel aan de snelheid en tot nader order zijn het nog altijd de snelste duiven die het podium bepalen.

Problemen en oplossingen

We willen evenwel niet in problemen maar in oplossingen denken en één van de betere oplossingen is duiven na de maaltijd de kans te bieden klei te eten. Dat bindt grotendeels de “giftige” stoffen waardoor ze in veel mindere mate in het lichaam terechtkomen maar samen met de mest uitgescheiden zullen worden.

Als de prijs de samenstelling bepaalt…

Aangezien mais in de meeste mengelingen (te) rijkelijk aanwezig is betekent dat voor fabrikanten ook een prijsbepalende factor en daar gaat het al vaak verkeerd. Als je mengelingen beterkoop wil maken laat je de kwaliteit van de gebruikte mais zakken en je doet er net iets meer in. Mais is namelijk nog steeds goedkoper dan hele vele andere granen en zaden/peulen want ja, de “concurrentie” is hard. Blijft nog de vraag of duiven daar beter van worden en nog belangrijker, betere jongen gaan door kweken of er beter zullen door gaan presteren. Niet dus!

Vandaag is het anders

Duivenvoer de dag van vandaag is pakken beter dan 15-20 jaar geleden. We weten en kennen onderhand veel meer omdat er zeer veel onderzoek naar gedaan werd. Ondanks dat is het schier onmogelijk ALLES wat duiven nodig hebben in 1 mix te steken. Het is altijd wikken en wegen, overwegen, afwegen en compromissen sluiten. Eén uurtje vliegen of 10 uur op de vleugels, ook een groot verschil. Je zal dus afhankelijk van wat je vliegt toch dikwijls aangewezen zijn op een paar bijproducten. Meer dan hulpmiddelen kunnen dat echter nooit zijn en ze dienen best alleen maar om bepaalde tekorten in het voer aan te vullen. Neen, niet als ze dagelijks maar een uurtje om het hok en in het weekend een wedstrijd vliegen van 1-2-3 uurtjes. Des te meer als ze intensief wekelijks meerdere uren onderweg zijn.

Lessen uit het verleden

Er is een tijd geweest dat meer en meer fabrikanten die tekorten probeerden op- of aangevuld te krijgen door korrels aan het voer toe te voegen. Ook al zijn de meesten daar al van teruggekomen gebeurt het hier en daar toch nog. De idee er achter is nobel maar zoals je weet zijn dingen in theorie niet altijd wat je er in de praktijk zou van verwachten.
In eerste instantie eten duiven het helemaal niet zo graag en zullen ze die als laatste laten liggen. Natuurlijk is het niet zo dat omdat ze het niet graag eten het niet goed zou zijn. Het is een beetje zoals lijnzaad. Je kan op papier de perfecte omega 3-6 verhoudingen in het voer verkrijgen door er meer lijnzaad aan toe te voegen. Alleen van zodra je er meer dan 2-3 % aan toevoegt zullen duiven het laten liggen. Daar heb je niets aan en de duiven nog minder. Het hogere aandeel lijnzaad beperkt tegelijkertijd de toevoeging van granen/zaden/peulen die er wel of meer toe doen.

Tragere stofwisseling is lagere weerstand, lagere immuniteit

Korrels lossen door het drinken ook al meteen op in de krop. Tuurlijk is dat “makkelijk” maar daar heeft de stofwisseling van de duif niets aan en wanneer die vertraagt, vertraagt gewoon alles. Als het voer niet perfect gestockeerd wordt nemen korrels ook vocht op of verbrokkelen ze gewoon als het (te) droog gestockeerd of te vaak verhandeld zou worden. Dat heeft en geeft ofwel schimmels en/of veel stof in het voer terwijl er van  de eigenlijke initiële voedingswaarde veel verloren zal gaan. Er zit trouwens ook veel ballast voor de duiven in. De korrels moeten goed bewaard blijven, goed gebonden blijven, liefst zo weinig mogelijk vocht opnemen, toch ietwat smaak of geur hebben  en ja, dat wordt verkregen door allerlei additieven. 

Wat nog meer?

Op de labels van de zakken voer of de website of cataloog  van de fabrikant kan je de voedingswaardes terugvinden. Hoe korter de afstand die je wil vliegen met je kampioenen, hoe hoger het koolhydraatgehalte best is. Des te meer vlieguren je atleten voor de boeg hebben, des te hoger het vetgehalte best is. Eiwitten zijn dan weer onmisbaar voor herstel van onder andere de cellen na de vlucht, tijdens of na ziekte, het afweersysteem van de duif, de opkweek van de jongen enz.
Kijk daar steeds naar het opneembaar eiwitgehalte. Enkel en alleen dat is van belang. Het bruto eiwitpercentage vertelt je niets. Daar kan je niets mee en de duif nog minder, integendeel zelfs.

Snoepzaad

Het is een extraatje wat velen onder ons gebruiken om duiven vlotter binnen te laten komen, ze makkelijker en beter aan ons te binden enz. Niet vergeten  echter, het zorgt ook voor heel wat extra energie. Dat kan voor sommige vluchten goed tot zelfs zeer goed van pas komen. Speel je enkel en alleen vitesse, dan kan je het beter gedoseerd geven. Ze hebben snel te veel omdat snoepzaad nu eenmaal bijzonder vetrijk is en we voor vitesseduiven er in eerste instantie voor moeten zorgen dat vooral de koolhydraat tank goed vol is.
Zorg voor een samenstelling met vetrijke zaden die een goede omega 3-6 verhouding hebben zoals bijvoorbeeld koolzaad, lijnzaad raapzaad maar zeker en vooral kempzaad. Dat is bij uitstek in alle mogelijke opzichten de beste energieleverancier voor onze duiven.  Perillazaad en mariadistel vervolledigen het geheel al zijn die wat betreft meerwaarde voor het voer niet echt in verhouding tot de prijs die je er dient voor te betalen. Het zakt ook makkelijk door tijdens het transport of het verhandelen van de zakken.

Evolutie en innovatie

Er zijn firma’s die onderzoek en research doen om het voer steeds beter aan te passen en te laten aansluiten aan een professioneler wordende duivensport. Wielerploegen zorgen voor koks die exact klaarmaken voor hun renners wat diëtisten hen voorschrijven. Dat allemaal met het oog om zo goed mogelijk te presteren, te blijven presteren in bijvoorbeeld grotere rondes, een zo hoog mogelijk niveau te bereiken en te kunnen aanhouden, snel te recupereren enz.
Er zijn komen ook sportartsen, inspanningsfysiologen, kinesisten enz. aan te pas en dat allemaal om niets aan het toeval over te laten. Neen, een sporter kan dat misschien ook niet meer allemaal volgen en dat hoeft ook niet als hij of zij zich met de juiste mensen kan omringen. Ze hebben vertrouwen in de mensen rondom hen.

Trop is misschien te veel

We zeggen helemaal niet dat het die kant moet opgaan. Zoals jaren geleden is het echter ook niet meer. Een duivenliefhebber moet en kan het misschien allemaal niet meer weten als we het zoals hier over voeding hebben. Hoeft ook niet. Er zijn firma’s die granen mengen zondermeer maar er zijn er ook die zich specialiseren in die materie, advies en feedback geven en bij kunnen sturen als het eens verkeerd of niet zo goed zou lopen. Die dingen kunnen het verschil maken.
Als je voer nauwgezet samenstelt ken je de ins en outs en kan je meestal wel gepast anticiperen als dat zou nodig zijn. Zelf met duiven vliegen is een extra hulp om van zowel de theorie als de praktijk naadloos één geheel te kunnen maken.

Wat je zelf doet - Doe je meestal beter???

Met kennis van zaken heel misschien wel, maar als je daarentegen simpelweg zelf out of the blue zou mengen of granen of zaden out of the blue toevoegen of weglaten aan of uit een mix zal dat niet best zijn. Je kan zelfs een mix kopiëren, maar als je niet weet van de klok en de klepel is dat een gans ander verhaal. Een dierenarts bijvoorbeeld die zelf top met duiven speelt zal je altijd beter en nauwgezetter kunnen adviseren dan gelijk welke andere, en zoals dingen gaan, het zijn goed onderbouwd advies en details die de verschillen maken.

Succes er mee

Eddy Noel

AIDI - Duif Logo AIDI - Made in Belgium AIDI - Duif Logo