De milde(re) temperaturen zorgen er voor dat zowel het dieren- als plantenrijk zich steeds vroeger en vroeger opmaken voor groei en bloei en de voortplanting. Wij duivenliefhebbers kunnen er misschien wel dankbaar gebruik van maken, maar als je wil meedingen met de besten in het hoogst van het seizoen of de nationaals is het toch zaak er voor te zorgen dat de jonge duiven voldoende oud, sterk en ontwikkeld zijn tegen die tijd. Dat betekent in liefhebberstaal dat we de ouderdieren aan winterkweek laten doen.
Zegt het spreekwoord, en daar is iets van. Om gezonde sterke jonge duiven te kweken moeten de ouderdieren in topconditie verkeren. In putje winter is dat echter niet zo evident en dienen we toch best met een aantal zaken rekening te houden. Een goede voorbereiding is van cruciaal belang. Vele hokbezoeken leerden mij dat vooral vastzittende duiven op gewicht houden één van de grootste problemen is.
Gedurende de winter zijn de dagen korter. Er is niet alleen minder lang licht maar ook de intensiteit van het licht is een pak lager dan in zomertijd. Eveneens zijn de temperaturen gevoelig lager terwijl in de natuur het aanbod aan voedsel eerder schaars is. Dat is niet meteen uitnodigend om voor het nageslacht te gaan zorgen. Dieren in de natuur zijn al lang blij als ze al voor zichzelf kunnen zorgen, laat staan dat er ook nog een hongerige kroost in het nest zou liggen. In de natuur is echter niets “toevallig”. Het schaarse aanbod zorgt er voor dat dieren in perfecte conditie blijven. Er wordt wel eens gezegd: er sterven er meer van de veel dan van te weinig…
Het heeft geen zin duiven gerantsoeneerd te voederen om ze te laten afslanken. Beter is ze van een aan het seizoen aangepaste mengeling te voorzien. Je kan ze bijvoorbeeld tijdens de wintermaanden een rui- of een standaardmengeling te eten geven maar deze bevatten niet de juiste mix van granen en zaden waardoor duiven zeer snel kunnen aanvetten. Minder voederen heeft geen zin en werkt eerder omgekeerd. Als we de duiven minder voeren zal de stofwisseling vertragen. Vertraagt de stofwisseling, zullen ook het weerstandsvermogen en de immuniteit op een lager pitje komen te staan. Dat is niet meteen handig als je stralende en gezonde vitale duiven op je hokken wil. Een ander nadeel er aan is dat eens je de duiven dan toch terug “beter” voer geeft, ze er meteen zoveel mogelijk gaan van “stockeren”. Dat is een natuurlijke reactie van de natuur. Gevolg, te vette beestjes…
Je mag dagelijks anderhalve kg. vette vis eten, daar kom je geen gram van bij, integendeel zelfs. Dagelijks frietjes of hamburgers om maar iets te zeggen, dat zal een ander paar mouwen zijn. Het heeft geen zin duiven alleen maar gerst voor te zetten om ze niet aan te laten vetten. Akkoord, gerst bevat niet eens 2% vet, maar het is helemaal niet zo dat alleen vetten uit de voeding omgezet worden in lichaamsvet. Dat gebeurt evenzeer met eiwitten en koolhydraten.
Wanneer duiven niet trainen, geen competitie vliegen of opgesloten blijven heeft het dus geen zin ze minder voer of vetarm voer te geven. Beter is te zorgen voor een mengeling met minder calorieën waarvan ze toch nog voldoende mogen eten. Het klinkt misschien een beetje raar maar onze duiven zullen eerder te zwaar worden van een vetarm dieet dan van een mengeling die -mits de juiste vetzuren- toch een vetpercentage van 5-7% bevat. Die vetzuren zijn net belangrijk om de conditie, het gewicht en de gezondheid van de duiven op peil te houden. Die vetten geven duiven trouwens sneller een verzadigingsgevoel, zijn nodig om vet oplosbare vitamines zoals bijvoorbeeld A,E,D,E,K op te nemen, die overigens een goede hormoonwerking garanderen.
Duiven begeleiden de dag van vandaag is niet meer hetzelfde als een aantal jaren geleden. Hoofdzakelijk het voersysteem werd veel verbeterd in die zin dat vooral erwten en peulen geweerd worden in de mengelingen. Dat wegens moeilijk verteerbaar, omdat ze weinig energie leveren en daarenboven veel afvalstoffen produceren. Laat nu vooral die erwten en peulen de grootste bron van calciumtoevoer zijn.
Tekorten aan Calcium tijdens de kweek van jongen heeft al meteen een groeiachterstand tot gevolg en zal tevens een grote invloed hebben op de ontwikkeling en sterkte van het beendergestel.
Meer in het algemeen speelt Calcium een grote rol in de omzetting van koolhydraten, eiwitten en vetzuren als energiebron. Net dat is zeer belangrijk voor sportduiven die een vrij intensief vliegprogramma voorgeschoteld krijgen.
Een te geringe calciumopname vermindert eveneens de werking en de kracht van de spieren en het hart.
In ergere gevallen ontstaat zelfs botontkalking. Als we bijvoorbeeld ook nog het drinkwater verzuren en we maken het te zuur zal nog meer calcium onttrokken worden aan het lichaam. Het lichaam regelt namelijk zelf de zuurtegraad.
Duiven krijgen dan wel grit en/of andere supplementen die mogelijks calcium bevatten, maar calcium op zich wordt niet of zeer moeilijk en beperkt opgenomen door het lichaam. We zien vaak dat vooral kweekduiven maar blijven eten en pikken van mineralenmengsels of grit. Dat komt omdat ze wel calcium tot zich nemen maar het lichaam deze niet opneemt wegens geen of een verkeerde calcium/fosforverhouding, met alle gevolgen van dien.
Is een natuurproduct en bijzonder rijk aan mineralen, sporenelementen en enzymen. Die enzymen zorgen voor een betere opname van voedingstoffen uit de voeding. Natuurlijke klei heeft tevens de eigenschap het lichaam te ontgiften, toxines en andere afvalstoffen te verwijderen en het immuunsysteem te stimuleren. Mineralenmixen op basis van natuurlijke klei verdienen omwille van deze eigenschappen zowel tijdens het kweek als het vliegseizoen de voorkeur.
Het is goed een voer te kiezen met een goede omega 3-6 verhouding. Duivenvoer zal efficiënter en economischer energie leveren naarmate de omega 3-6 verhoudingen beter zijn. Die waardes kan je terugvinden op het label of in de beschrijving van het voer.
Ideaal zou zijn: 2 delen omega 6 voor 1 deel omega 3, maar dat is in de praktijk moeilijk haalbaar. Heb je een voer met een goede omega ratio dan kan je die verhouding nog verbeteren door een omega pus olie te gebruiken. Let er evenwel op dat deze op basis van lijnzaadolie en/of notenolie, visolie gefabriceerd werd, al dan niet met toevoeging van lecithine.
Gedurende de winter is het beter voor loszittende duiven olie zonder lecithine te gebruiken. Lecithine is een emulgator die duiven toelaat sneller meer vetten te stockeren en daar hebben onze atleten in wintertijd helemaal geen behoefte aan.
Zijn een perfect alternatief en makkelijk in elke reformwinkel verkrijgbaar. Ook in de afdeling voor paarden kan je lijnzaadolie in dierenwinkels of tuincentra vinden. Een goedkope en zeer efficiënte oplossing. Beter het dagelijks een weinig te gebruiken dan 2 keer per week wat meer. Belangrijk is de olie ruim op voorhand door het voer te mengen, zodanig dat ze er goed kan intrekken. Olie legt namelijk een film over het voer waardoor de granen en zaden onvoldoende water kunnen opnemen en dat is nefast voor de vertering.
Is veel completer dan lijnzaadolie, en een ander niet onbelangrijk voordeel voor onze duiven is dat het tot 6 x beter wordt opgenomen door het lichaam. Dat is handig als je weet dat duivenvoer altijd te hoog zit in omega-6. Met een goed samengestelde olie kan je dat wel bijsturen maar het is nu ook weer niet de bedoeling zoveel olie door het voer te mengen dat het er in zwemt. Walnootolie, lijnzaadolie, koolzaadolie zijn stuk voor stuk goed bruikbaar. Krill nog veel beter maar het nadeel is het prijskaartje. Nu goed, voor de hoeveelheid die je er maar van nodig hebt toch nog goed te behappen. Zeer goed bruikbaar gedurende de wintermaanden en voor vitessevluchten. Door de betere omega-3-6 verhouding blijven duiven makkelijker gezond, worden ze, ondanks olie uiteraard vetten zijn, toch niet te zwaar en zitten ze steeds strak in het pak.
We zorgen voor ranke slanke duiven in perfect gezondheid. Dan pas kan er conditie en vorm komen en kunnen we een perfecte kweek verwachten. 3 à 4 weken voor de koppeling geven we Winter/Rustmengeling. De vele verschillende ruwvezels er in zullen zorgen voor een perfecte darmwerking. Aanvankelijk kan de mest er dan wel wat slecht uitzien maar dat is geheel normaal. Eénmaal de meeste afvalstoffer verwijderd zijn normaliseert dat terug en zal beter en beter worden.
Tegen de koppelingsdatum geven we 3 tot max 4 eetbeurten kweekmengeling. Dat is ruim voldoende. Al dan niet de daglichtlampen aan voor 10-12 uur kan helpen maar voor duiven die perfect in orde zijn zal je merken dat ze die helemaal niet nodig hebben om er wat meer drift in te krijgen.
Als je er rommel in stopt komt er ook rommel uit. Er komt hoe dan ook zeer zeker niet uit wat er uit zou kunnen komen. “Ja misschien wel maar ik ben goed en de beste in de club. Fijn, heel fijn, maar stel je eens voor dat je er wel het juiste voer in stopt!”
Het kan alleen maar beter. Innovatief zijn en de vinger aan de pols houden is de sleutel.
Met de overschakeling naar een nieuwe leverancier hebben we er gebruik van gemaakt om een paar mengelingen een update te geven. Testen en blijven testen, feedback van onze liefhebbers, gebruik op eigen hok, nieuwe wetenschappelijke onderzoeken, inzichten enz. geven ons de mogelijkheid met het AIDI concept nog nauwer aan te sluiten bij de noden van een steeds professionelere duivensport. Het heeft geen zin er steeds maar kweekmengelingen bij te gaan fabriceren. Er kan maar één mengeling de beste zijn. Daar gaan we met ons AIDI concept voor en staan we ook voor. Het is voor liefhebbers zo al moeilijk genoeg om nog het bos door de bomen te zien. Updaten dus en niet alweer een mengelingske er bij.
Onze AIDI Super Kweek heeft nu een nog hogere opneembaarheid, een betere Omega-3-6 verhouding en een hoger en beter opneembaar eiwitgehalte.
Probeer eens onze nieuwe AIDI Super Kweek! Succes met de (winter) kweek!